Poëzie

Zoet

Zoen ze zoet, die rode lippen zacht
Alleen zo bereiken wij het einde der nacht
Als samen een enkel hemellichaam ontstaat
En de wereld buiten ongemerkt vergaat
Het uur waarop de dauwdruppels in
Verwerking zijn
En de kracht met de overhand is niet de pijn

Maar wel ons gelukkige samenzijn

 

 

Dat ik u liefheb

Dat ik ze vond zonder ook maar even te hebben gezocht,
dat ze voor één keer mijn lippen verlieten
als water uit een gebarsten dam
zonder te hoeven wringen of dwingen,
dat ze niet gewoon leeg naast de andere stonden
maar dat ze er alleen voor u waren,
dat ze ook vandaag nog het sediment
meedragen van de dag waarop ze nog kraakvers waren
als sneeuw.

Dat deze woorden aan ons kleven
als een druppel aan zijn smeltend stuk ijs.
De letters dansen nu nog over ons huidoppervlak,
gelijk een vlammetje,
smeulend in de diepte tastend onder het zachte vel.
Ze vinden zonder te zoeken, datgene wat ons mens maakt.
Zinkend in het zachte vlees komt de zin tot rust
wanneer zij het hart teder kust.
Teder zeggen ze dat ik u liefheb.

 

 

Advertenties